Voorbeelden van het gebruik van Het warenhuis in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Shaf en ik spraken met HR van het warenhuis waar ze werkt.
Daarom hebben we hier werk in het warenhuis.
Wayne en ik zitten vast in een vrachtlift In het oude warenhuis.
Hadden ze de vloer weer geboend in het warenhuis?
Er was een… grote thee ramp in het warenhuis.
Treuzelen wordt als een zonde beschouwd in het warenhuis.
We zijn van Shopper's Express, het warenhuis.
de autohandel en het warenhuis in Livingston.
Maddox is thuis, met een grote zak snoepgoed uit het warenhuis.
Vlak bij het strand en het warenhuis.
geen goedkoop flesje uit het warenhuis.
Habitat Apartments Lauria bevindt zich op 600 meter van het warenhuis El Corte Ingles,
U gaat naar het warenhuis en u ziet deze kleine,
Wij denken dat hij in het warenhuis is vermoord, waar jullie de late dienst draaide.
Rotterdam- In het centrum van Rotterdam wordt om half drie het nieuwe warenhuis van de Bijenkorf geopend.
Elk toilet in het warenhuis wordt ten minste drie keer per dag schoongemaakt, en sommige nog veel vaker.
de vijf gijzelaars te redden van het warenhuis.