Voorbeelden van het gebruik van Hoer in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Gewoon blijven dansen, hoer.
Ga in de auto. Smerige hoer.
Mijn ontrouwe vader en zijn hoer kregen wat ze verdienden.
Elke boer en hoer vecht om je juwelen.
Als je het mij vertelt, dan wordt ik een hoer.
ze is geen hoer.
Wat ben je, een hoer?
Grappig, maar voor de duidelijkheid, ik ben geen hoer.
Raak me niet aan, hoer.
Ik ben net als een vuile hoer die je achter de hand houdt.
Hij heeft iedere hoer in de stad geneukt.
Niemand geeft een onzin over een domme, dronken hoer buiten een club.
Je hebt me van in het begin behandeld als een op geld verlekkerde hoer.
Meer ben ik niet voor je, jouw hoer.
Waarom kom je niet hier eten met je hoer?
Ik moest z'n kleine hoer zijn.
Van de hoer die je neukte tot je armzalige beslissingen.
U bent al een hoer.
Ik was een hoer.
Blond hoer.