Voorbeelden van het gebruik van Huishoudster in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Mijn dochter is niet je huishoudster.
Contractanten weigerden in het huis te werken en de huishoudster stopte.
Dit is onze nieuwe huishoudster, Luz.
Een echtgenote was goedkoper dan een huishoudster.
Dat was de huishoudster.
Nee, nee. Zij is geen huishoudster.
Tischler of de huishoudster.
Als mijn man niet aanwezig is, vermaakt m'n huishoudster me.
Is dat het kind van een huishoudster?
Jeremy's huishoudster.
In Parijs ben ik je huishoudster.
Ze betalen niet om uitgekafferd te worden door de huishoudster.
Naomi Campbell heeft een schikking getroffen met een voormalige huishoudster.
Ik spaar voor een huishoudster.
is ze geen huishoudster.
Alleen wij en Janine, de huishoudster.
Dat is Nanny, onze geweldige huishoudster.
Hij is in België met de huishoudster.
En Lupita, je huishoudster?
M'n moeders stomme Lladró en dat van die huishoudster.