Voorbeelden van het gebruik van Kruisigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ze zullen je kruisigen voor me.
Mij gaan ze ook kruisigen.
Ik ga hem pakken en kruisigen.
Wat voor een idioot laat zichzelf kruisigen?
Zou je me laten… kruisigen?
Hun ouders gaan me kruisigen.
En dan jijzelf Daniel aan het kruisigen!
Ik zou je moeten laten geselen en kruisigen.
Ze hadden Christus nooit moeten kruisigen, maar 't is toch gebeurd.
U mag de mensheid niet kruisigen op een kruis van goud!
Zij kruisigen de Zoon van God voor zich opnieuw.
Les 196 Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen.
Ik zal je hiervoor kruisigen.
Les 196 Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen.
De overpriesters hebben Jezus laten kruisigen buiten de stad Jeruzalem.
(196) Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen.
Ik kan alleen mijzelf maar kruisigen.
Moet ik jullie Koning kruisigen?
Deze aarde verwonden, haar ziel kruisigen.
Zal ik dan uw koning kruisigen?' vroeg Pilatus.