Voorbeelden van het gebruik van Luc in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Luc spreekt geen woord Engels.
Ja, ik ben me daarvan bewust, Luc.
Medicijnen voor Luc.
ik verlies Luc(Carl).
springt boven Luc.
Karl, ik denk niet dat je officieel ontmoet Luc.
Ik heb 30 miljoen verkocht, ik verlies Luc(Carl).
De Rock de Luc.
Het huis is van alle gemakken voorzien en Luc en Jocelyn zijn zeer behulpzaam.
Mrs Wallace, had Luc vijanden?
Ik verkoop er dertig miljoen en verlies Luc.
Jij ook, St Luc.
Je bent er kapot van dat Luc en jij uit elkaar zijn.
In vier maanden raak ik Luc en Jensen kwijt.
Je bedoelt Luc.
maakte Zijn wil steeds weer ondergeschikt aan de wil van God Luc.
Zo niet, dan stuurt hij, als de tegenstander nog ver weg is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden'(Luc 14, 31-32).
die hij “vader” noemt Luc.
dwaze mens van het Evangelie die dacht eeuwig te leven cf. Luc.
daardoor de heilige plicht heeft het Evangelie te prediken aan alle levende personen Luc.