Voorbeelden van het gebruik van Rebelleren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rebelleren tegen zijn vader?
Het gaat niet om het rebelleren tegen alles wat autoriteit vertegenwoordigt;
Moeten we rebelleren tegen wetten die tegen ons geweten ingaan?
Ze rebelleren en verkondigen Vitellius tot keizer.
Als tieners kunnen we rebelleren en de manieren van ons gezin afwijzen.
Rebelleren betekent een zekere dood.
Ze rebelleren en verkondigen Vitellius tot keizer.
Het gaat niet om het rebelleren tegen alles wat autoriteit vertegenwoordigt;
Wilt gijlieden tegen den koning rebelleren?
Toch beweren ze mij trouw te dienen, terwijl ze tegen mij rebelleren.
Wilt gijlieden tegen den koning rebelleren?
Je kan mensen opsluiten en tegen ze liegen totdat ze rebelleren.
Nimrod deed de mensen rebelleren tegen God.
Je hebt meer gedaan dan rebelleren.
Het volk kan alleen maar slikken of rebelleren.
Durham heeft een lange traditie in het rebelleren tegen autoriteit.
Is papa bang dat de zwarten rebelleren op de plantage?
Ik was een beetje aan het rebelleren.
Wanneer wij dat doen, dan rebelleren wij tegen God.
Zodra de mensen weten dat je leeft, rebelleren ze uit jouw naam.