Voorbeelden van het gebruik van Telefoneren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik kan niet serveren en telefoneren.
De inwoners mogen niet telefoneren.
Hij wil telefoneren.
Ze is aan het telefoneren, wil je horen wat ze zegt?
Aan het telefoneren.
Je wilt telefoneren?
Uiteraard kan je ook volledig gratis telefoneren met een voip account.
Ze vroeg mij of ze kon telefoneren.
Ik ben aan het telefoneren, moet omgaan om met noodsituaties.
Ik zou even willen telefoneren.
U weet hoe u moet telefoneren. Gebruik de telefoon voor wij gaan stemmen.
Geoptimaliseerd voor Android-tabletten- gebruik talkon op uw tabletten en gelijktijdig telefoneren.
Mr P wil telefoneren.
Ik hoorde hem gisteren telefoneren.
Ik ga even telefoneren.
EEN Koreaans publiek telefoneren.
IP de Camera's of IP telefoneren.
Mijn creditcards blokkeren. Het DMV telefoneren.
Wie telefoneren?
Ik ben aan het telefoneren!