VERKOOPSTER - vertaling in Spaans

vendedor
verkoper
leverancier
handelaar
dealer
merchant
webwinkel
verkopen
marketeer
vendedora
verkoper
leverancier
handelaar
dealer
merchant
webwinkel
verkopen
marketeer
dependienta
afhankelijk
bediende
winkelbediende
ressorteert
afhangt
ten laste
afhankelijke persoon
klerk
dependent
persoon ten laste
vendedoras
verkoper
leverancier
handelaar
dealer
merchant
webwinkel
verkopen
marketeer
chica
jongen
man
kind
kerel
knul
vent
joch
guy
jochie
boy

Voorbeelden van het gebruik van Verkoopster in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
We moesten betalen, en de verkoopster begon gewoon met hem te flirten.
Estábamos pagando las cosas y la cajera comenzó a coquetear con él-.
Gemaskerde overvaller bedreigt verkoopster in bakker met mes.
Un ladrón enmascarado amenaza a una vendedora de panadero con un cuchillo.
Ze speelde een verkoopster die verliefd was op haar knappe baas.
Ella actuaba de una chica que estaba enamorada de su jefe.
Een verkoopster werd vermoord nadat ze een zak had gevuld voor hem.
Un asaltante mató a una vendedora después de que ésta le llenara la bolsa.
De verkoopster ook.
Ze is verkoopster bij de K-Mart.
Ella trabaja en K-Mart.
Tja. Noch de verkoopster noch zijn moeder begrepen in eerste instantie wat dat was.
Pero ni el padrastro ni la madre contaron en primera instancia lo sucedido.
Ging naar een boekhandel en vroeg de verkoopster waar de Self Help-sectie was.
Fui a una librería y preguntó a la vendedora en la sección de ayuda era.
ze 'n chocolatier zochten, en geen verkoopster.
Ik zag je lachen toen ik die verkoopster liet ontslaan.
Te vi sonreír cuando hice que despidieran a la vendedora.
En deze goede zwarte man en de verkoopster.
Y a este buen hombre negro y a la dependienta.
Als verkoopster.
Nu hoef ik geen Mary Kay verkoopster te worden.
Ahora no tendré que ser una vendedora de Mary Kay.
Waar blijft die verkoopster?
¿Dónde se metió la vendedora?
Ik heb de verkoopster gevonden.
He encontrado a la vendedora.
Je hebt de verkoopster gezien.
Tú viste a la vendedora.
Andrea Ford is een goedkope verkoopster van roddelblaadjes.
Andrea Ford es una chismosa barata de periódicos.
Dat merkt die verkoopster ook.
La vendedora también lo sabe.
Prima verkoopster.
Toda una vendedora.
Is een uitdrukking voor het beroep van verkoopster van Avon producten.
Lo cual me acuerda de una vendedora de productos Avon.
Uitslagen: 229, Tijd: 0.0726

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans