CAZAR - vertaling in Nederlands

jagen
cazar
perseguir
buscar
cacería
a la caza
jacht
caza
yate
cacería
búsqueda
persecución
para cazar
buscar
perseguir
vangen
atrapar
capturar
coger
captar
cazar
pescar
agarrar
pillar
de la captura
de cogida
schieten
disparar
tiro
tiroteo
tirar
rodaje
derribar
shooting
rodar
matar
cazar
jaagt
cazar
perseguir
buscar
cacería
a la caza
jaagde
cazar
perseguir
buscar
cacería
a la caza
jaag
cazar
perseguir
buscar
cacería
a la caza

Voorbeelden van het gebruik van Cazar in het Spaans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Cazarme con perros.
Jaag op me met honden.
¿Sale a menudo a cazar de noche con unas copas de más?
Ga je vaak jagen nadat je dronken hebt?
Él es un león, al cual me enorgullezco de cazar.
Hij is een leeuw waar ik met trots op jaag.
Están acostumbrados a cazar conejos.
Ze jagen graag op konijnen.
Si papá nos envía a cazar algo, no sé lo qué.
Als papa ons op jacht stuurt naar iets… Ik weet niet wat.
Una forma de cazar a este grupo sin un byte de datos.
Een manier om deze groep op te jagen, zonder enige vorm van data.
Hoy, puedo cazar exenciones fiscales.
Ik jaag nu op belastingvrijstellingen.
¿Esta noche, quieres cazar algunos lobos con nosotros?
Wil je vanavond gaan jagen op wolven met ons?
podremos cazar, coger y vivir como deseemos.
kunnen we jagen, neuken en leven hoe we willen.
Entonces deberías ir a cazar los fines de semana.
Dan zou je kunnen gaan jagen.
¿Se puede cazar cuando hay nieve?
Mag er gejaagd worden als er sneeuw ligt?
Para que lo sepas, a mí tampoco me gusta cazar.
Ik vind jagen ook niet echt leuk.
También pueden cazar alguna clase de roedores.¿Donde está Malcolm?
Ze jagen op 'n tunnel gravend dier. Waar is Malcolm?
Ahora tienes que cazar, Katniss, me digo.
Nu moet je jagen, Katniss, zeg ik tegen mezelf.
Le gustaba cazar y acampar.
Hij hield van jagen en kamperen.
Es solo que prefiero cazar sola.
Ik jaag enkel het liefst alleen.
Nunca fue mi destino cazar renacidos o romper maldiciones.
Ik werd nooit verondersteld teruggekeerden na te jagen of… vloeken te verbreken.
Y Houston regresó de cazar y comenzaron a pelear de nuevo.
En… Houston kwam thuis van het jagen en ze begonnen weer te ruziën.
El no sabía nada acerca de cómo cazar o a dónde ir.
Hij wist er niets van hoe hij jagen moest of waar te gaan.
¿Te gusta cazar, sargento?
Hou je van jagen, sergeant?
Uitslagen: 1859, Tijd: 0.1032

Top woordenboek queries

Spaans - Nederlands