Voorbeelden van het gebruik van Het jagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Ik ben moe van het jagen op die verdomde ratten.
Het jagen op draken?
Frigg participeert ook in het wild jagen, Asgardreid, met haar man.
Wel is het bij jagen of vliegen handig om extra scherp zicht te hebben.
De vampieren beslisten dat het jagen op mensen op indivduele basis… té inefficiënt was.
Het jagen of zoiets.
Die het jagen met zich meebrengt.
In 1660 veranderde het jagen en werd voor de eerste keer gesmeed geproduceerd.
Ik was altijd aan het jagen.
Ik heb nog steeds de spanning van het jagen nodig.
Bernard, dit is niet hetzelfde als het jagen op fazanten.
is hij aan het jagen.
Een jager was eens ergens aan het jagen.
Ze waren op je aan het jagen, Malina.
Ze leven dicht bij de zee en het jagen vissen.
Niet meer vechten tijdens het jagen.
Hij leerde mij het jagen.
Meer dan 50 Bosjesmannen zijn gearresteerd voor het jagen op wild om hun gezinnen te voeden.