Examples of using Alzo in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het is alzo lang geleden dat je me hebt aangeraakt.
Alzo beschreef hij voor het eerst het immuniteitsprincipe.
Alzo kwam Jozua snellijk tot hen;
Alzo was het met al die steden.
Alzo stierf Saul en zijn drie zonen;
Alzo zult gij weten, dat Ik de HEERE ben.
Alzo woonde Israel in het land van den Amoriet.
Alzo stierf Saul
Alzo gingen de kinderen van Dan huns weegs;
Want alzo heeft ons de Heere geboden.
Alzo verloste het volk Jonathan,
Alzo at Saul met Samuel op dien dag.
Alzo zullen zij het land reinigen.
Alzo was de koning Salomo koning over gans Israel.
Alzo rustte het volk op den zevenden dag!
Alzo was het met al die steden.
Alzo, wie ben jij? Sorry!
Alzo gingen de kinderen van Dan huns weegs;
Alzo zullen zij het land reinigen.
Alzo, wie ben jij? Sorry!