Examples of using Andermaal in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Eenmaal, andermaal.
Tien miljoen, andermaal.
Andermaal hallo, Roz.
Andermaal… verkocht.- Prettige dag.
Ik heb $35 eenmaal, $35 andermaal.
Eenmaal, andermaal.
Het Evangelie des Koninkrijks zal dus andermaal gepredikt worden.
Eenmaal, andermaal.
Negen, andermaal.
Eénmaal, andermaal.
Zou het zo weer doen als ik andermaal mocht kiezen.
Deze vrouw is verkocht voor $250. Eénmaal, andermaal.
Prettige dag. Andermaal… verkocht.
Aan onze Russische vriend. Eenmaal, andermaal, verkocht.
De katholieken mobiliseren andermaal duizenden gelovigen.
Verkocht aan Morticia Addams voor $50. 000 andermaal.
Tien miljoen, eenmaal, andermaal.
Dan staan beide teams in Waalwijk andermaal tegenover elkaar.
Dit is kinderachtig.- Andermaal.
Verkocht Eenmaal, andermaal.