Examples of using Credo in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De controle van kosten en van de kwaliteit is ons credo.
Citius, altius, fortius: het credo van het Internationaal Olympisch Comité.
Dank je! Onthoud mijn credo, Timmy.
Wij belijden dezelfde waarheid in het Credo.
dat is het credo van Logiderm.
Dank je! Onthoud mijn credo, Timmy!
Durf Denken: dat is het credo van de Universiteit Gent.
Waarop hij een credo graveerde.
Dat is mijn credo.
Hij was een professor van het credo.
Dat is toch uw credo.
Het is van het Credo.
Dat is het credo van Levensverlenging.
Je kan het Credo niet doden.
Dat is het credo van Levensverlenging.
Voor het Credo.
Dat was al z'n credo in'68.
Iedereen hier heeft dit credo waargemaakt.
Hij wees me op ons credo.
N Leugen en 'n credo Op'wringen.