Examples of using De orders in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Geef jij nu de orders, is dat het?
Ik gaf hun de orders.
Vanaf nu geef ik de orders.
Volg gewoon de orders.
Iedereen volgt de orders.
Dat zijn de orders.
Het was tegen de orders.
Moet ik de orders doen?
We proberen de orders zo snel als mogelijk te verzenden.
Zijn dat de orders?
En dat is de orders te volgen die ik geef.
Of handelde hij overeenkomstig de orders van iemand die boven hem stond?
Ik heb de orders net binnen van het bataljon.
Je volgt de orders, dokter.
Geef de orders, sir.
En de orders zijn gegeven.
Dus geef de orders, Luitenant.
De orders worden stuk voorstuk verwerkt.
Eerst waren het de orders van het Legerstaf.
Ik geef de orders hier.