Examples of using Dwerg in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Want ik ben de dwerg.
Kom je me muziek brengen, dwerg?
Wie is de dwerg?
Het regent, meester dwerg.
Geef hier, dwerg.
Welk merk dwerg zijn jullie?
Jij bent de dwerg van de familie, hè?
Jij, de dwerg en wie nog meer?
Maar je bent en blijft een dwerg.
Ga door, dwerg.
Wie vroeg je wat, dwerg?
De tweede is een rode dwerg, type M2.
Nee. Hij is geen dwerg.
Hij ontmoet een dwerg en deze vraagt waar hij heen gaat.
Door de enorme omvang van de Kasteelijsberg lijkt de persoon onderaan een dwerg.
Waar dient zijn leger voor, dwerg?
Bradshaw staat tussen die dwerg en Dorothy.
Een soort reuze gemuteerde dwerg of zo?
Zeg mij jouw naam eens, dwerg?
kleine dwerg.