Examples of using Groeit in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Het bewustzijn groeit en dit heeft veel toegevoegde waarde.
Hij groeit wel.
Zoals de hydra, groeit het overal nieuwe hoofden.
Op deze bloem groeit minder koraal dan we hadden verwacht.
Het verkeer is dynamisch, groeit continue en vraagt om intensieve monitoring.
Het Partnership groeit aardbeien, tomaten, spinazie.
Zoeken Zoeken Detailhandel groeit vooral in non-food.
Deze plant groeit productief in India,
Ook daardoor groeit de populariteit van bier bij een restaurantbezoek.
Je groeit er zowat in.
Cannabis groeit ook kleiner en sneller.
Open sollicitatie Van Eerd groeit en is volop in beweging.
De eerste generatie groeit op in de jaren 50 en 60.
Door wat? Er groeit een duisternis in hem.
Het aantal studenten dat naar het buitenland gaat studeren groeit ieder jaar.
Beter Bed Holding groeit verder, behalve in Duitsland.
Wanneer de wereldbevolking groeit tot 10 miljard.
Het personeelsbestand groeit tot zeven medewerkers.
En groeit Dusty dan terug?
Mijn haar groeit elke dag langer.