Examples of using Heeft dorst in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wie heeft er dorst? Zal ik?
Heren? Wie heeft er dorst?
Hij is 'n vriend van ons en hij heeft dorst.
Wacht even. De moderne beer heeft dorst.
Als hij arriveert, heeft hij dorst.
De moderre beer heeft dorst.- Wacht even!
Laat haar aan een grote slush slurpen, want ze heeft dorst.
Dat gevoel ken ik. Heeft hij dorst?
Barry heeft dorst.
Papa heeft dorst.
Silver heeft dorst.
Die meid heeft echt dorst.
De wereld heeft dorst- breng uw sapjes vandaag nog aan de man!
Heeft iedereen dorst? Barman!
Heeft iedereen dorst? Barman?
De horzel heeft altijd dorst.
De kaart heeft ook dorst.
Heeft u dorst? Het is geweldig?
Hij heeft duidelijk dorst.
Brooklyn heeft dorst.