Examples of using Lukas in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
In Lukas 12:15 waarschuwt de Heer ons.
Hoi. Ik ben Ine en dit is Lukas.
Lukas, nee. Echt heel saai.
Ik ben Lukas.
Ik stel Lukas 21:36 voor.
Ik ben Lukas.
Dat kun je lezen in Lukas 19.
U zal ons dankbaar zijn.- Lukas Franke.
Die instructie kan gevonden worden in Lukas 21.
Jij doodde mijn moeder en jij doodde Lukas Beker.
Heb je niet gezien dhe geschriften van Lukas.
Ik ben bang van Lukas.
De vierde passage wordt ook geciteerd door Lukas in Handelingen.
Hier ben ik. Lukas.
Eén van mij en één van Lukas.
Ik ben bang van Lukas.
Goed gedaan Lukas.
Niet alleen Kong en Lukas.
Prijs de heer. Het is Lukas.
(Lukas 16:6) En hij zeide: