Examples of using Vrouw in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Of die vrouw met 't geld!
We hebben een blanke vrouw tussen de 16 en 30.
Mijn vrouw, Monique.-Willem. Wim.
En een vrouw die gisteravond naar een concert ging!
Hé, waar is de vrouw en haar kinderen?
Een vrouw met een hond, dacht ik.
Je bent een vrouw en het is verwarrend.
Dat is tenzij een vrouw mijn positie wil uitdagen.
Mijn vrouw, Monique.-Willem. Wim.
De vrouw van de bibliotheek. Benjamin Franklin.
Hun vrouw vermoorden.
Vecht voor je vrouw en kinderen!
Die vrouw en haar baby?
Deze vrouw werd gemarteld met prikkeldraad. Melissa.
Mijn vrouw, Monique.-Willem. Wim.
De vrouw van de bibliotheek. Benjamin Franklin.
We hebben een vrouw nodig voor deze missie. Luitenant Foster.
Een vrouw helpt haar man niet met slechte ideeën.
Toen we samen waren sliep hij met een andere vrouw.
Met een vrouw en haar zoon.