Examples of using Weder in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij;
Ga, zeg hun: Keert weder naar uw tenten.
Toen zeidezeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.
Daarna keerde David, en al het volk, weder naar Jeruzalem.
De veldarbeid geëindigd zijnde, gaan de jongens gedurende den winter weder naar de school.
Want God is machtig om dezelve weder in te enten.
En Mozes bracht de woorden des volks weder tot den HEERE.
Zij zullen de aarde niet weder bedekken.
Nochtans zal ik den tempel Uwer heiligheid weder aanschouwen.
En Mozes bracht de woorden des volks weder tot denHEERE.
Toen zeide Jezus tot hem: Keer uw zwaard weder in zijn plaats;
Alleenlijk breng mijn zoon daar niet weder heen.
Weldra keerde mijn ziel weder in mij.
Toen zeide hij: Ga weder heen, zevenmaal.
Daarna keerde David, en al het volk, weder naar Jeruzalem.
en niet weder opstaan.
Ter zelfder tijd kwam mijn verstand weder in mij;
Ja, tof je weder te zien.
Een half uur later waren Cyrus Smith en Harbert weder op weg naar hun kamp.