Voorbeelden van het gebruik van Weder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Keer weder, keer weder, dat wij u mogen aanzien!
En Abraham keerde weder naar zijn plaats.
En Sauls knechten zeiden het hem weder, zeggende.
keer weder. En hij keerde weder.
Keert weder, mijn dochters!
Keert weder, gij mensenkinderen!
derwaarts gaande keren zij weder.
keer weder. En hij keerde weder. 17.
Zij zullen de aarde niet weder bedekken.
keer weder. En hij keerde weder. .
Hij is het Die schept en weder voortbrengt;
De zegevierende held keert weder.
Ziet, de verloren pup keert weder.
Zij kozen daarom een andere plek uit en begonnen weder.
Kwaad, keert nimmer weder.
Het was weder.
En Saul nam hem op dien dag tot zich, en liet hem niet weder naar zijns vaders huis terugkeren.
Het was prachtig weder, de lucht volkomen helder,
En geef onze naburen zevenvoudig weder in hun schoot hun smaad,
Neem u weder een andere rol,