Examples of using Weeshuis in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Dit is de plek want Bender's Weeshuis betekent korting op weesjes.
Ze is in een weeshuis.
Hij zat 13 maanden in een weeshuis.
Ik ben van het weeshuis.
Wat leert men je eigenlijk in het weeshuis?
De korf waarin mijn ouders me achterlieten in het weeshuis.
Jake, wil je in een weeshuis gaan wonen?
Hij zit in Polen, in een weeshuis.
Toen ik wegliep, stuurde 't weeshuis me terug.
We gingen elk naar een ander weeshuis.
Oh, opnieuw over dat weeshuis.
Ik ben opgegroeid in een weeshuis.
En speelgoed voor het weeshuis.
er is geen plek in een weeshuis.
Ik ben geen weeshuis.
Hij werkt in het weeshuis van Korczak.
Ja, in het weeshuis.
Ze groeiden samen op in een weeshuis. Haar broer.
Zij in het gekkenhuis, ik in 'n weeshuis.
Hij groeide op in een weeshuis in Faridabad.