Examples of using Zuiplap in Dutch and their translations into English
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je droom komt uit, hè, zuiplap?
Hij is tenminste geen zuiplap.
Wat is dit voor een truc, zuiplap?
Jij betrok me hierbij, waarzeggende zuiplap.
hij was een zuiplap.
Dan zie je hoe vervelende een zuiplap kan zijn.
U bedoelt de zuiplap.
Hier komen, zuiplap.
dief, zuiplap en pooier.
Hij moest weg omdat hij een zuiplap is. Carlos.
Dus ik ben nog steeds de reden dat je een verdomde zuiplap bent?
ellendige zuiplap?
Haar vader is een zuiplap.
Nog één ding, zuiplap.
Je bent een zuiplap, Ryan.
Is dat niet precies wanneer de cafés open gaan, zuiplap?
Ik word wakker door het zingen van een zuiplap.
En nu staat hij daar als zuiplap en geweldenaar.
Je bent een zuiplap, Charlie.
Ik vraag het niet nog eens, zuiplap. Ik trakteer.