AUSGRABEN - vertaling in Nederlands

opgraven
ausgraben
exhumieren
ausbuddeln
aushub
dem graben
vinden
finden
halten
suchen
denken
mögen
haben
herausfinden
meinen
lieben
feststellen
uitgraven
ausgraben
aushub
den ausgrabungen
rausholen
zu graben
op te graven
auszugraben
zu exhumieren
auszubuddeln
halen
holen
schaffen
bringen
besorgen
nehmen
erreichen
kriegen
rausholen
erwischen
ziehen
oprakelen
aufwärmen
ausgraben
erwähnt
erinnern
wühlen
opgraaft
ausgraben
exhumieren
ausbuddeln
aushub
dem graben
opvissen
bovenhalen

Voorbeelden van het gebruik van Ausgraben in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Da können wir es auch ausgraben.
Dan kunnen we het ook uitgraven.
Warum wollen Sie das wieder alles ausgraben?
Waarom wil je dit nu allemaal weer bovenhalen?
Was, wenn es ein Trauma gibt, das wir nicht ausgraben sollten?
Wat als er een diep trauma is dat we niet moeten oprakelen?
jetzt müssen wir eine Leiche ausgraben.
help me eerst een lijk op te graven.
Du musst sie ausgraben.
Je moet het opgraven.
Ihr Zwei schaut, was ihr über diese lustige Witwe ausgraben könnt.
Jullie kijken wat je kan vinden over de lustige weduwe.
Wir müssen ihn ausgraben.
We moeten 'm uitgraven.
er etwas hier Gelagertes ausgraben wollte?
hij echt iets uit de opslag wilde halen?
Jared Horton ließ Sie aber nicht das hier ausgraben?
Jared Horton vroeg u niet om dit op te graven, wel?
Lassen Sie es mich ausgraben.
Laat me dat bovenhalen.
Sie müssen den Friedhof aufgeben und ihre Toten ausgraben.
Ze moeten hun begraafplaats opgeven en hun doden opgraven.
Wollen Sie das wieder ausgraben?
Gaat u dat allemaal weer oprakelen?
Aber wenn sie meine Knochen ausgraben, sollen sie sagen.
Wil ik dat ze zeggen: Maar wanneer men mijn beenderen opgraaft.
Man musste es irgendwo im Gehirn ausgraben.
Je moest een plek in je hoofd vinden.
Aber so kann ich sie nicht ausgraben.
Ik kan haar niet uitgraven met deze om.
Wir müssen Dowlings Leiche nicht ausgraben?
En we hoeven Dowlings lijk niet op te graven?
Er konnte Knochen ausgraben.
Hij kon botten opgraven.
Denn schon bald werdet ihr dort sehr viel Bronze ausgraben.
Je gaat er gauw veel brons uit halen.
Ellie jetzt tun, wenn Sie keine Knochen mehr ausgraben?
Ellen nu doen als je geen botten meer opgraaft?
sehe was ich ausgraben kann.
kijken wat ik kan vinden.
Uitslagen: 280, Tijd: 0.1584

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands