GEBER - vertaling in Nederlands

gever
geber
dealer
spender
arbeitgeber
auftraggeber
schenker
geschenkgeber
verstrekker
aussteller
geber
anbieter
deler
geber
nenner
kartengeber
divisor
teiler
croupier
donoren
spender
geber
geldgeber
organspender
geberorganisation
samenspender
donorlanden
geberland
van donoren
geber
spender
geldgeber
der geberländer
giver
geber
werkgevers
arbeitgeber
auftraggeber
unternehmer
dienstherr
arbeitnehmer
arbeitsgebers
donateurs
spender
sponsor
geldgeber
stifter
geldschieters
kreditgeber
geldgeber
sponsor
geldverleiher
kreditgebende stelle
finanzier
investor
spender
kredithai
geldwechsler
steunverlener
contribuanten

Voorbeelden van het gebruik van Geber in het Duits en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Ecclesiastic category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Computer category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Fügen Sie diese Geber auf Ihrem Profil, das funktioniert gut für kleine Kanäle.
Deze donoren op je profiel toevoegen, die werkt geweldig voor kleine kanalen.
Der Geber war schwach,
De deler was zwak
Du spielst gegen den Geber.
Je speelt tegen de croupier.
Der Geber dort.
De gever daar.
Die Geber, darunter die Europäische Union,
De donoren, waaronder de Europese Unie,
Das würde ich lieber nicht.- Weil er links vom Geber sitzt, ist er safe.
Nu is hij aan de beurt, hij zit links van de deler.
wurde Homer Geber… und Humor stand in den Karten.
Springfield gokken legaliseerde, werd Homer een croupier.
Geber verteilen Sie Maverick's Chips.
Gever verdeel de fiches van Mr.
Die Koordinierung der europäischen und internationalen Geber ist in diesem Zusammenhang besonders wichtig.
De coördinatie tussen Europese en internationale donoren is uiterst belangrijk.
Weil er links vom Geber sitzt, ist er safe.
Nu is hij aan de beurt, hij zit links van de deler.
Geber, Sie können anfangen.
Gever, je kunt de partij beginnen.
Wir gehen davon aus, dass andere Geber ähnlich handeln werden.
We rekenen erop dat de andere donoren hetzelfde doen.
Gott ist der Geber aller guten Dinge.
God is de Gever van alle goede dingen.
Drei. Shaw? Und der Geber nimmt… eine?
Drie. En de gever neemt er één.- Shaw?
Geben Sie mir die Karten. Der Geber dort.
De gever daar. Geef me de kaarten.
Der Geber nimmt drei.
De gever neemt er drie.
Ich bin ein Geber.
Ik ben een gever.
Adam Grant: Sind Sie ein Geber oder ein Nehmer?
Adam Grant: Ben jij een gever of een nemer?
Sehen Sie, er ist ein Geber.
Zie je, hij is een gever.
Ich bin ein Geber, verdammt.
Ik ben een gever, verdomme.
Uitslagen: 635, Tijd: 0.078

Top woordenboek queries

Duits - Nederlands