ONE CHILD - vertaling in Nederlands

[wʌn tʃaild]
[wʌn tʃaild]
één kind
one child
one kid
1 child
single child
one infant
one offspring
one son
ever a child
eén kind
one child
one kid
1 kind
1 child
2 children
1 kid
1 baby
3 children
1 infant
één zoon
one son
one child
one boy
single son
1 son
èèn kind
one child
eerste kind
one child
one kid
1 child
single child
one infant
one offspring
one son
ever a child
een van de kinderen
één dochter
one daughter
1 daughter
one son
one child
single daughter

Voorbeelden van het gebruik van One child in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
One child tried to save herself.
Eén kind probeerde haar zelf te redden.
Maybe you're wondering why Alfred only had one child.
Misschien vraag je je af hoe het komt dat Alfred maar 1 kind had.
He has one child.
Hij heeft één zoon.
It's irresponsible to have more than one child.
Het is onverantwoord om meer dan één kind te hebben.
Why? One child a week is not enough!
Eén kind per week is niet genoeg voor me. Waarom?
Suitable for up to 4 adults, one child and one baby.
Geschikt voor 4 volwassenen, 1 kind en 1 baby.
She has one child.
Ze heeft één zoon.
They all had one child.
Ze hadden allemaal één kind.
Why? One child a week is not enough!
Waarom? Eén kind per week is niet genoeg voor me!
They started in September 2016 with literally one child.
Ze zijn in september 2016 begonnen met letterlijk 1 kind.
She is married to Duncan Koning and they have one child.
Ze is nu getrouwd met Ken Sylk en heeft één zoon.
I'm here because I have more than one child.
Ik ben hier omdat ik meer dan één kind heb.
One child, please.- Fun?!
Plezier? Eén kind, alstublieft!
It can sleep up to two adults and one child.
Het appartement is geschikt voor maximaal 2 volwassenen en 1 kind.
Sometimes… more than one child at a time.
Soms… meer dan één kind tegelijkertijd.
One child, please.- Fun?!
Eén kind, alstublieft.- Plezier?
Child tickets are limited to one child per accompanying adult.
Tickets voor kinderen zijn beperkt tot 1 kind per begeleidende volwassene.
I'm a single father with one child.
Ik ben een alleenstaande vader met één kind.
Fun?! One child, please.
Plezier? Eén kind, alstublieft.
The apartment is spacious enough for a young family with one child.
Het appartement is ruim genoeg voor een jong gezin met 1 kind.
Uitslagen: 854, Tijd: 0.0513

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands