OWN HOUSE - vertaling in Nederlands

[əʊn haʊs]
[əʊn haʊs]
eigen huis
own home
own house
own place
private house
private home
own apartment
home ownership
in-house
own roof
eigen woning
own home
own place
own property
own house
private home
own apartment
own residence
own dwelling
private dwelling
home ownership
eigen kazerne
own house
its own barracks
eigen woonhuis
own house
own home
eigen woonst
own house
eigen parlement
own parliament
own house
eigen huisje
own home
own house
own place
private house
private home
own apartment
home ownership
in-house
own roof

Voorbeelden van het gebruik van Own house in het Engels en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
I think she's happier in her own house.
Lk denk dat ze gelukkiger is in haar eigen huis.
Will be the year that I start working on my own house.
Wordt het jaar dat ik eindelijk aan mijn eigen huisje ga beginnen.
A man stripping his own house of wood.
Een man sloopt het hout uit zijn eigen woning.
Buffalo Bob and Clarabelle in my own house.
Buffalo Bob en Clarabell in mijn eigen huis.
Each to their own plot, each with our own house.
Ieder naar een eigen kaveltje, ieder met ons eigen huisje.
You are dreaming of living in your own house?
Bouwlocaties gezocht Woningen Droomt u van uw eigen woning?
She misses her own house.
Ze mist haar eigen huis.
In her own house.
In haar eigen huisje.
I said Grammer misses her own house.
Ik zei dat omaatje haar eigen huis mist.
You don't mean off our own house!
Je bedoelt toch niet uit onze eigen woning!
gone tomorrow from our own house.
morgen weer weg uit ons eigen huisje.
Especially not in His own house.
Vooral niet in zijn eigen huis.
Bake now freshly baked popcorn in your own house.
Maak nu vers gebakken popcorn in je eigen huisje.
I said Grammer misses her own house.
Ik zei dat oma haar eigen huis mist.
Blossom. We have our very own house to sleep in, a pod.
Bloesem. We slapen in ons eigen huisje, een pod.
We're in our own house.
We zijn in ons eigen huis.
At this moment I can only dream of having my own house.
Op dit moment kan ik alleen nog maar dromen van een eigen huisje.
Kept her in their own house.
Hielden haar in hun eigen huis.
Murdered in his own house.
V ermoord in z'n eigen huis.
And we're building our own house.
En we bouwen ons eigen huis.
Uitslagen: 1365, Tijd: 0.0557

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Engels - Nederlands