DE BOULOT - vertaling in Nederlands

van baan
d'emploi
de travail
de boulot
de job
de métier
de la piste
de carrière
à des licenciements
van werk
du travail
de l'emploi
métier
du boulot
job
fais
job
travail
emploi
boulot
poste
fonction
métier
te werken
à travailler
pour fonctionner
de travail
à agir
à œuvrer
marcher
collaborer
opérer
klusjes
travail
boulot
job
coup
tâche
mission
contrat
projet
faire
corvée

Voorbeelden van het gebruik van De boulot in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Pas de boulot, pas de nana, pas de plans.
Geen baan, geen meisje, geen plannen.
Probablement parce que tu n'as pas de boulot, putain de tocard.
Waarschijnlijk omdat je geen werk hebt, verrekte loser.
Elle n'a pas de boulot, pas d'ami, et pas d'avenir.
Ze heeft geen baan, geen vrienden en geen toekomst.
Pas de boulot, pas d'argent, pas de maison, pas de Jo.
Geen baan, geen inkomen, geen huis, geen Jo-Jo.
Troisième jour de boulot. J'arrête une nana canon pour excès de vitesse.
Op m'n 3e dag hou ik een meisje aan wegens hardrijden.
J'ai pas de boulot, pas de mari, pas d'enfants.
Ik heb geen baan, geen man geen kinderen.
Et toi, ça s'arrange, tes problèmes de boulot?
Zijn de problemen op je werk opgelost?
Un jour de boulot et six de repos.
Eén dag werken en zes dagen vrij.
T'as tellement de boulot qu'il te faut deux téléphones.
Je hebt zo veel zaken, je hebt twee telefoons nodig.
J'ai plein de boulot.
Ik kom ook om in het werk.
Je n'ai pas de boulot, pas d'appart, pas d'argent.
Ik heb geen baan, geen huis en geen geld.
On a moins de boulot quand il est dans un autre hémisphère.
Er lijkt minder werk te doen als op een ander halfrond zit.
Pas de boulot, pas de diplôme, pas d'argent.
Geen werk, geen diploma, geen geld.
Un collègue de boulot, le cousin Paul, la maman de Gary.
Iemand van mijn werk, mijn neef Paul, Gary's moeder.
J'ai beaucoup de boulot, alors je dois y aller.
Ik heb toch nog veel werk te doen… dus ik ga maar weer.
Mon numéro de boulot.
Mijn nummer op 't werk.
Deux fois plus de boulot, deux fois moins payé.
Twee keer zoveel werk voor de helft van 't geld.
J'ai changé de boulot. De maison, de voiture, de fringues.
Ik heb een andere baan, ander huis, auto, kleren.
Incroyable! Plusieurs mois de boulot et un max de fric!
Ongelofelijk. Een paar maanden werken en een hele smak geld!
Ce n'est pas illégal de changer de boulot.
Het is toch niet verboden om van baan te wisselen.
Uitslagen: 371, Tijd: 0.1075

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands