Voorbeelden van het gebruik van Afblijft in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Tuurlijk Tim, zolang je maar van de pop afblijft.
Beloof me dat zij van me afblijft.
Als je maar van mijn soep afblijft.
Maar laat me duidelijk maken dat je van Camila afblijft.
Als hij maar van deze bananen afblijft.
je van die stomme computer afblijft….
Zeg tegen die homo-aap dat hij van m'n zaakje afblijft.
Als je maar van m'n spullen afblijft.
Zeg dat hij van mijn auto afblijft.
hij van de drank, fiches en kaarten afblijft.
je met je poten van haar ziel afblijft… voorgoed.
Dat jij met je handen van mijn peetzoon afblijft. Ik ben hierheen gekomen om te zorgen.
Van kleine jongetjes afblijven.
Ze moeten van mijn spullen afblijven.
Je moet van je nichtje afblijven.
Ze moet van me afblijven.
En van zijn zakken afblijven!
Blijf van me af. Afblijven.
Afblijven, of jullie betalen de drankjes!
Die blanke moet van mijn vrouw afblijven, of ik sla hem verrot.