Voorbeelden van het gebruik van Afstuderen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De rest gaat in juni van dit jaar afstuderen.
Dit is zo veel beter dan niet afstuderen, toch?
Jij hebt me laten afstuderen, naar Caltech.
Z'n zoons mogen dan dealen, ze moeten wel afstuderen.
Meteen na zijn afstuderen werd hij professioneel tennisser.
Kort na het afstuderen begon hij de wereld verbazen door vele onderzoek doorbraken.
Afstuderen gespecialiseerd in Europa en Azië.
Ik… dat is… Kevin's afstuderen en.
Mijn opa overleed voor mijn afstuderen.
Ik ben getrouwd voor ik kon afstuderen.
Voortplanting. Afstuderen.
Na zijn afstuderen was hij werkzaam als freelancejournalist, -vertaler en -redacteur.
De gelegenheid was mijn afstuderen en het was een zondag in juli 2013.
Na mijn afstuderen reisde ik de wereld rond.
Ik was bij je afstuderen.
De universiteit heeft een inschrijving van ongeveer 27,000 studenten- 24,000 undergraduate en 3,000 afstuderen.
Ik werk al sinds mijn afstuderen.
Wil je niet afstuderen?
Afstuderen van de middelbare school, een baan vinden, hun volgende voetbalspel winnen, etc.
Ik dacht dat we m'n afstuderen vierden?