Voorbeelden van het gebruik van Afzagen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
weg te nemenongeveer een halve centimeter en decoupeerzaag afzagen hout.
Je zult een stuk moeten afzagen om hem passend te maken van je originele uitlaat pijpen die uit de cilinders komen.
dan moet ik mijn been afzagen.
ik kan vast een kleiner stuk afzagen.
Mensen die zomaar STOP borden afzagen.
Dat we gezamenlijk iets kunnen bereiken, hebben we gezien toen de Amerikanen afzagen van de heffing van invoerrechten op staal.
na een eerste kleine tegenslag afzagen van een tegenaanval.
hier het frame afzagen….
de partijen in januari 2004 van de transactie afzagen.
De uitspraken waarin de rechters afzagen van een autonome interpretatie van deze bepalingen betroffen meestal zaken waarbij de Commissie reeds betrokken was,
het Parlement en de Raad ervan afzagen om elkaars uitgaven te controleren.
Het is wat hij reciteerde… toen hij hem afzaagde.
Als je je vinger afzaagt, lach je niet.
Ze lieten iemand komen die de hak afzaagde.
Had je 't niet kunnen zeggen voor ik 'm afzaagde?
Hoop je dat iemand je hand afzaagt?
Als je de tak afzaagt waar je op zit dan zul je natuurlijk naar beneden vallen.
Voordat hij z'n benen er afzaagde en hem in een koelkast stopte. Waarschijnlijk heeft hij deze gewurgd.
medesoldaten moest vasthouden terwijl de medicus zijn arm of been afzaagde.
belastingdumping ertoe kan leiden dat men de tak afzaagt waarop men zelf zit.