Voorbeelden van het gebruik van Baantjes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
heb gezwommen 55 baantjes, gesproken met Joe.
Ze heeft drie baantjes en ze heeft voor ons gekookt.
Ik heb drie baantjes gedaan!
Sommige baantjes blijven je terug trekken.
Nog tien baantjes.
Hij had toen drie baantjes.
Wou het eigenlijk gewoon drinken, geen baantjes trekken.
Ik heb drie baantjes.
Ik heb 40 baantjes getrokken.
Ik kan ze baantjes geven.
Verdrink me erin Ik wil erin zwemmen, 20 baantjes.
had ik niet nog drie baantjes.
Hij zwemt elke dag 30 baantjes.
Ik kan ze goede baantjes geven.
En je bent drie baantjes kwijtgeraakt.
Ik viel in slaap omdat ik drie baantjes heb.
Hij kan ons niet dreigen met onze baantjes.
Er zijn betere baantjes.
Nee, ik heb genoeg baantjes.
Ik heb twee baantjes.