Voorbeelden van het gebruik van Babysitter in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De ondeugende babysitter is hier.
Daag de babysitter niet uit.
Babysitter. Oké, wie wil door de gangen glijden.
De babysitter moest weg en heeft haar hier gebracht. Hoe?
Je babysitter zei het tegen me.- Wat?
De babysitter brengt Jack over een halfuur thuis. Ik moet iets met je bespreken.
Was de babysitter hier?
Tobe, de babysitter kan geen luiers vinden.
Ze was onze babysitter toen we tien waren.
Haar babysitter heeft de politie gebeld.
Onze babysitter heeft wat anders on de avond van Boyle's bruiloft.
Herinner jij je die babysitter die je had?
Zonder je babysitter. Stel dat ik je aanzie voor een Jap.
Zonder je babysitter. Stel dat ik je aanzie voor een Jap.
Babysitter in een potje.
M'n vorige babysitter was Brenda Gilroy.
Hij zag hoe zijn babysitter, Gina Meadows, werd vermoord met.
Ik ben je babysitter niet meer, Noah.
Als je een babysitter hebt gevonden… ben je vast minder kribbig.
Ze was mijn babysitter.