Voorbeelden van het gebruik van Bankroet in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Jullie rijken gaan zelfs niet bankroet zoals wij.
Bijna overal waar je keek, waren de mensen bankroet.
Dit land gaat bankroet.
steden zijn bankroet.
Dan zijn we bankroet.
Die firma ging bankroet.
Door dit dadelzaadje zal ons koninkrijk bankroet gaan.
Ik ben bankroet.
We zijn helemaal bankroet.
zijn we bankroet.
Mr Dell is bankroet.
We waren bankroet.
Wil je dat de investeerders bankroet gaan?
En nu zeg je me dat we geen keus hebben en dat we bankroet zijn?
En ben ik bankroet.
Met al die huwelijksgeschenken gaan we bankroet.
Hij was bankroet.
Ze waren bankroet. Dus trokken ze in bij hun dochter.
Bankroet met geen wapens.
Ik ben bankroet. Sunset bestaat niet meer.