Voorbeelden van het gebruik van Biefstuk in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik wilde biefstuk.
Ik voel me als een biefstuk die gegrild moet worden.
Ze vlogen biefstuk en bier in en hielden een strandfeest.
Ik kan geen biefstuk meer zien.
Er gaat niets boven een goede New Yorkse biefstuk.
Ln het huis, verstopt achter de kaas in de koelkast: biefstuk.
Deze teentje had biefstuk.
Biefstuk in de oven?
Bel de president en zeg tegen hem… dat hij biefstuk bij z'n boter moet eten.
Hoe wilt u uw biefstuk,?
Er ligt biefstuk in de koelkast voor Lukie en Dukie.
Jij, ik, biefstuk, bier.
We hebben biefstuk of kip.
Geloof het of niet, er was biefstuk in Vietnam.
Aberdeen heeft alleen maar biefstuk, friet en pubs.
Volgens mij heeft hij ook biefstuk.
De biefstuk is klaar binnen 5 minuten.
Sushi en biefstuk.
De biefstuk is over vijf minuten klaar.
Ik wil een biefstuk.