Voorbeelden van het gebruik van Bisschop in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Sinds 1990 is het de zetelkerk van de bisschop van de Faeröer.
Als het proces doorgaat, staat de bisschop toch nog aan de kant van de koning?
Bisschop en Torres zijn in gevaar.
De bisschop naait haar in haar reet.
Agnes was een achternicht van de bisschop.
En neem jij, verkozen Bisschop van Engeland, Schotland
Dr. Bisschop, U komt mij enigszins bekend voor.
Bisschop Tunstall. Sir Thomas.
Zetel van de bisschop was Gurk.
Van 750 tot 960 was Saint-Victor de residentie van de bisschop van Marseille.
Bisschop Zes, reageer alstublieft.
Vervolgens was hij werkzaam als secretaris van de bisschop van Sumbawanga.
Op z'n minst. Bisschop Erkenwald moet dat inzien.
De wereldlijke vorstendommen van een gewone bisschop heten hoogstiften.
Bisschop Zes, we hebben Killgrave in zicht.
De reis van een bisschop.
Ik ben… Bisschop Joseph Dutson.
In 845/7 werd de verdreven aartsbisschop van Hamburg tevens bisschop van Bremen.
Het is bisschop.
Mannen van de bisschop.