Voorbeelden van het gebruik van Bloes in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben m'n bloes kwijt.
Nee, ik bedoel je bloes.
Rode Bloes gelokaliseerd.
Ik wilde de bloes vanavond dragen.
Rode Bloes bevestigd.
Ik heb geen bloes.
Ik stoom een bloes.
Sigaretten zitten in mijn blauwe bloes.
Eén snotneus op m'n bloes en ik grijp naar de sterke drank.
Ik doe die bloes toch maar niet aan.
Alleen een bloes en parfum?
Ze had een bloes aan en verder niets.
Doe je verdomde bloes uit. Wat?
Doe uw bloes dicht.
Nee. Ik en m'n bloes.
Ik eet voor m'n bloes en mij.
Op het tafellaken, haar moeders bloes.
Ze had haar bloes open.
Heb je mijn witte bloes gezien?
En de kapotte bloes.