Voorbeelden van het gebruik van Boos ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze weet dat ik boos ben.
Het gebeurt als ik bang of boos ben.
Hoe boos ben je?
Hoe boos ben je?
Misschien wel omdat ik heel erg boos ben.
Ik weet niet waarom ik zo boos ben.
Ik weet dat je boos ben, maar je moet je opties overwegen.
Denk je dat ik boos ben? Wie, ik?
Hoe boos ben jij?
Misschien omdat ik verdomme boos ben.
Maar ik wil dat je weet dat ik niet boos ben.
Hoe boos ben je, Karl?
Hoe boos ben je op me?
Vertel mij niet dat jij niet boos ben.
Ik weet nu op wie ik boos ben.
Ik zeg ook niet dat ik niet boos ben.
Als je boos ben en me wilt straffen,
Het leek onmogelijk, maar boos ben je nog schattiger.
De andere man op wie ik boos ben.
Ja, ik eet ook niet graag als ik boos ben.