Voorbeelden van het gebruik van Broers in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Met veel broers en zussen.
Ik wacht om me te herenigen met m'n broers.
Ik pak de moordenaars van m'n broers.
Ook heeft hij twee broers.
Ik heb geen zussen, geen broers.
Hij en z'n broers zijn pienter.
Over drie broers en een vermoorde vader.
Hij was de tweede van vier broers.
Dit is m'n broers lievelingswijn.
Ik zou m'n broers ook vreselijk missen.
Ik was daar met m'n moeder en broers.
Mijn broers zijn daar nog steeds.
Jerry groeide op met vijf broers.
Ik heb het gezien bij mijn vader, mijn broers.
Hij was m'n broers beste vriend.
Doe de groeten aan papa en mijn broers.
Onze vaders, moeders en broers zijn van ons afhankelijk.
Die psychopaat brak mijn broers kaak toen hij naar mij zocht!
In het ouderlijk kasteel Ottmanach groeide Jürgens op met twee broers.
Waar ik met m'n broers en zussen sliep.