Voorbeelden van het gebruik van Bukken in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Bukken. O, god.
Blijf bukken.
Niet bukken.
Charlie, bukken.
Val, bukken.
Bukken. O, god!
Opklapbaar het bovenste deel, en de hoeken bukken.
ik ben geen… Bukken.
Verdomme. Alice… Verdomme. Bukken.
Rijden. Blijven bukken.
Bukken. We zijn gezien?
Dankzij de reikwijdte van de sproeistraal wordt vervelend bukken, strekken of hurken grotendeels gereduceerd.
Als ik jullie was, zou ik bukken.
Daar. Jouw wapens? Bukken.
Blijf bukken.
Bukken. Ze weten dat we geen verbinding hebben.
Robby Echo neukt isis liefde op de stoel bukken.
Goed dan. Liggen! Bukken.
Oh, schat.- Bukken.
Jongens, bukken. Sarah is geen Aasvis, John B.