Voorbeelden van het gebruik van Dat feestje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
En je zoende me op dat feestje.
Het ging om dat feestje.
Het spijt me, ik weet dat je graag naar dat feestje wou gaan.
Nog even over dat feestje.
Hoe zit het precies met dat feestje vanavond?
Gaan we samen naar dat feestje?
We zouden elkaar hebben gevonden op dat feestje.
Ik ga niet naar dat feestje.
Ik ben blij dat ik dat feestje gemist heb.
Weet je wel hoe tweeted dat feestje was?
Ik zal 5000 dollar vrijmaken voor dat feestje.
Waar is dat feestje?
Na dat feestje ging hij helemaal door het lint.
Dat feestje.
Dat feestje was 'n valstrik.
Dat feestje van drie weken geleden.
En dat feestje van hem wordt een groepsbegrafenis.
Dat feestje was zijn idee.
Zij gaven toen dat feestje na de brand op de Black Knoll.