Voorbeelden van het gebruik van De bel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
verdedig de Bel.
Gered door de bel.
Toen de bel ging, dacht ik
De Bel Air is veel beter.
Met of zonder de bel in je hand.
Hoor je de bel?
Let op de bel.
Gered door de bel.
Ik duw op de bel en die zegt ‘ding'.
Druk op de bel voor Collins.
Silvia.-De eerste bel is al gegaan.
Het is familiedag op de Bel Air Academy.
Aha, de bel.
Druk op de bel van Collins.
Als Tanya de bel vindt, komt er geen Heilige Rechtszaak.
De bel van de arrenslee. Welke bel?
Dat was Mrs Charleston. Aha, de bel.
Nee, ze gaf geen antwoord op de bel, maar de deur stond open.
En als ze de bel niet kan vinden?
De bel! Welke bel?