Voorbeelden van het gebruik van Ik bel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik bel je al een uur.
Ik bel en bel, maar er gebeurt niks.
Ik bel Robertson.
Ik bel morgen.
Ik bel je morgen, oké?
Als ik bel, dan stap je in de auto.
Ik bel mijn moeder direct.
Ik bel om je te feliciteren, en hopelijk tot morgen.
Ik bel u als ik een gezin voor hem heb.
Ik bel haar wel op haar mobiel.
Ik bel graag met Mr Tae-ho.
Ik bel een dokter.
Ik bel als ik terug ben.
Ik bel je later. Wat?!
Wie ik bel en wie mij belt zijn mijn zaken.
Moeder, ik bel je om hulp te vragen.
Of ik bel Glen.
Ik bel alleen even om te kijken hoe 't is.
Nu wacht ze tot ik bel, maar zij staat nog te bellen. .
Ik bel elke dag met Larry.