Voorbeelden van het gebruik van Bel je in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Bel je mensen. Maar jou.
Maar ik bel je zodra ik klaar ben.
Waarom bel je Jay?
Bel je broer en ontdek waar hij vandaag heengaat.
Ik bel je later wel. Wat?
Ik bel je nog wel, oké?
Ik bel je terug.
Bel je vrienden van de politie.
Lk bel je wel.
Ik bel je als ik haar heb gevonden.
Waarom bel je me nu?
Bel je broer en zeg hem dat hij de stad moet verlaten.
Ik bel je morgen, Sylvie.
Ik bel je morgen, mam.
Ik bel je als ik eenmaal onderweg ben.
Bel je vrienden, Stefan.
Ik bel je wel.
Ik bel je als ik kan.
Bel je even?
Bel je uitgever pap.