Voorbeelden van het gebruik van De chocolade in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Breng de chocolade.
Ik wil de chocolade niet meer.
Dankzij de chocolade.
De chocolade op je donut smelt.
Geef de chocolade niet de schuld.
Ze vonden de chocolade uit om kinderen te lokken.
Ik hoop dat de chocolade niet te zelfvoldaan is.
De chocolade heeft meer… Hoe zeg je dat?
Ik heb de chocolade niet eens opgegeten!
Heb je aan de chocolade gedacht?
En we doen of de chocolade het goud is.
Wie heeft je de chocolade gegeven?
Jij krijgt het ijsje, de chocolade, de banaan en alle noten.
Heb je de chocolade zelf ingepakt?
Heb je aan de chocolade gedacht? Karamel-macchiato?
Ik wil de chocolade zijn.
Waar we de chocolade van krijgen. Het hoort bij Brazilië, net als de cacao boon.
Hij is de chocolade in de M&M.