Voorbeelden van het gebruik van De handdoek in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De handdoek vasthouden.
Heb jij de handdoek gepakt?- Daniel?
We hebben de handdoek al opgevraagd.
De handdoek daar? Wat is er met de hand en de? .
Dus je gooit de handdoek nu?
De handdoek leeft, en wij ook.
Laat de handdoek vallen.
We hadden de handdoek moeten neerleggen.
De handdoek hangt onder je hoed.
Ligt de handdoek onder de achterdeur?-Natuurlijk.
De handdoek vliegt weg!
In het braaksel op de handdoek zaten vis,
Als jij de handdoek werpt, wat heb ik dan nog?
De handdoek is weg.
Blijkbaar had hij de handdoek van de waslijn gepakt.
Kijk eens onder de handdoek daar?
De handdoek is zo warm!
Hier, de handdoek. Kom.
Hij bespuit de handdoek buiten.
Reik me de handdoek.