Voorbeelden van het gebruik van De markiezin in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Lk moet de markiezin alleen.
Ik word de markiezin, Victoire.
De markiezin van Mancera.
De markiezin van Bedford was er ook.
Niet met je vriendin, de markiezin.
Mij te mager. Ik dans de eerste menuet met de markiezin.
Twee van de hertog, drie van de markiezin. Drie?
Ik ben de markiezin.
Het nummer van de man van de Markiezin? Oké.
Eerst vond je de markiezin verdorven.
Wij zijn de minnaars van de markiezin.
Kijk niet naar de markiezin.
Erger nog. De markiezin.
Ik ga haar chanteren.- De markiezin.
Praat maar met de markiezin.
Dat is wat de markiezin ons had verzwegen,
Ik behandel jullie allemaal als een stel markiezen! Als de markiezin zou weten hoe goed ik jullie behandel.
literaire kring rondom de markiezin de Rambouillet.