Voorbeelden van het gebruik van De oppas in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Bij de oppas.
Ze zijn al bij de oppas.
Je zei niet dat je de oppas meebracht.
Ik moet haar naar de oppas brengen.
Ik ben de oppas.
ik mijn kinderen achterlaat bij de oppas.
Claire dames met de oppas krijgen poesje bookworm….
Heb je de oppas verteld wat Logan wil eten?
De oppas gaat weg?
Zei de oppas Cage?
Ik moet de oppas betalen.
Verpakking weggegooid voor de oppas het zou zien?
De oppas heeft hem gered,
Van de oppas natuurlijk.
Kan niet, de oppas is al afgezegd.
Ben ik de oppas van drugsdealers?
De oppas is de hele middag met de jongens naar het park.
De oppas regelt dit. Wat is het nut?