Voorbeelden van het gebruik van De puzzel in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
De puzzel van de liefde van Spiderman Sorry!
De puzzel van de liefde van Spiderman.
Pardon. Hebt u de puzzel al af?
Amy en ik Skypen de puzzel elke week en sturen u dan onze Sunday Times.
Ik maak de puzzel in de krant nog elke dag.
Het lijkt op de puzzel bij de kinderarts.
Het lukte Duke de puzzel te voltooien!
U hebt de puzzel opgelost.
De puzzel heeft zichzelf opgelost.
Ik heb de puzzel af, maar ik snap het niet.
We moeten de puzzel gaan oplossen.
De puzzel is klaar
De puzzel is nog niet compleet.
De puzzel oplossen.
We proberen de puzzel in elkaar te passen.
Zo graag als jij de puzzel wilt oplossen, is dat niet ons werk.
De puzzel op de kaarten van Sam.
Je wilt de puzzel in elkaar passen.
Ik heb de puzzel zelf gemaakt.
Dat de puzzel is.