Voorbeelden van het gebruik van De schilder in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik ben een vriend van de schilder. Welke vriend?
De schilder overleed in Leiden op 7 november 1691.
Hij wordt vaak beschreven als de schilder van leven en licht.
Later vond de schilder zijn onderkomen in Kasteel Strijthagen in Schaesberg.
Ik heb de schilder op een veilingsite gevonden.
Mooi, als de schilder niet liegt.
De dronken schilder had gelijk.
Wie is de schilder?
Wanneer komt de schilder?
De schilder schrijft omdat hij m'n tulpen wil hebben.
Je kent de schilder wel, hè?
Ik vind de schilder geen slecht mens.
Wat zal er met de schilder zijn gebeurd?
Kent u de schilder Baugin?
Wat als de schilder de moordenaar is?
Heeft de schilder je geschreven?
De schilder schrijft omdat hij m'n tulpen wil hebben!
De schilder had moeten waarschuwen.